Brasems volgen

Winnovatie Het Waterschapshuis 03-02-2021
0 reacties

Het foerageergedrag van brasems werkt vertroebeling in de hand. Maar we weten niet of brasem op specifieke plaatsen foerageert, of steeds andere plekken opzoekt. In dit onderzoek worden brasems met behulp van zenders en ontvangers continu gevolgd om het ruimtegebruik vast te stellen.

Projectleider

Jan Roelsma

Projectteam

Jan Roelsma

Organisatie(s)

Wetterskip Fryslân

Projectfase

Onderzoek/verkenning

Status

Lopend

Brasem en KRW

Om aan de eisen van de KRW te voldoen, is in de Friese meren een omslag nodig van troebel water naar helder water. In het troebele water wordt de visstand gedomineerd door brasem en snoekbaars, terwijl het heldere water een visgemeenschap met snoek en voorn kent.

Brasem gedijt niet alleen goed in troebel water, maar draagt ook bij aan de troebelheid van het water. Dit komt doordat jonge brasems de watervlooien opeten, die daardoor weinig algen weg kunnen ‘grazen’. Grotere brasems (vanaf 20 à 25 cm) eten muggenlarven, slakken en andere dieren die op en in de waterbodem leven, die ze verzamelen door het slib op te zuigen en de niet-eetbare delen via de kieuwen weer uit te stoten. Dit draagt bij aan vertroebeling. Er is echter zeer weinig bekend over het ruimtegebruik van brasem. Zijn het honkvaste dieren die in een beperkt gebied actief zijn? Of trekken ze rond, zodat ze een groot gebied beïnvloeden?

Brasems volgen

In dit onderzoek volgen we individuele, grotere brasems in het meer De Leijen, om te kijken hoe ze de ruimte gebruiken. Er is nog weinig ervaring met de hier toegepaste 2D-telemetrie. Daarom zijn uitvoerige tests gedaan om het ontvangstbereik vast te stellen. In het meer zijn 28 ontvangers geplaatst. Waar het bereik van 3 ontvangers overlapt kan via triangulatie de positie van gezenderde vissen op 10 m nauwkeurig worden bepaald. Dit zijn de groene delen in de figuur hierboven. Met 2 ontvangers in de beide kanalen die naar het meer leiden, kunnen we zien of een vis het meer in of uit zwemt.

 Resultaten

’s Zomers blijkt de ontvangst ’s nachts veel beter dan overdag (zie grafiek op de volgende pagina). Dit lijkt het gevolg te zijn van algenbloei. ’s Winters beperkt golfslag het ontvangstbereik.

 De eerste 25 vissen zijn gezenderd in de herfst van 2019. Enkele hiervan zijn direct weggetrokken uit De Leijen, terwijl andere op het meer bleven. De vissen die op het meer verbleven lieten aanzienlijk verschil zien in hun mobiliteit.  Er lijkt dus veel individuele variatie te zijn in het ruimtegebruik.

 In de komende jaren zullen we meer vissen zenderen en meer waarnemingen verzamelen. Zo ontstaat een completer beeld. Door het ruimtegebruik te vergelijken met omgevingsparameters willen we het gedrag van de vissen beter leren begrijpen.

 SAMENVATTING

In 2019 is een netwerk van ontvangers geplaatst en zijn vissen voorzien van zenders. Hiermee kunnen we continu volgen wanneer welke vis waar aanwezig is. Hierdoor worden individuele gedragspatronen duidelijk. Op basis van de eerste resultaten lijkt er veel individuele variatie in gedrag te zijn.

Voortzetting van de monitoring en combinatie met andere gegevens moet inzicht opleveren in oorzaken en gevolgen van het ruimtegebruik.

Afbeeldingen

X (voorheen Twitter)

0  reacties

READAR | Gebouwinformatie en mutatiesignalering uit luchtfoto's

Contact

Het Waterschapshuis
Stationsplein 89
3818 LE Amersfoort

033-4603100

winnovatie@hetwaterschapshuis.nl 

 

 

Cookie-instellingen